De dag kan beginnen
want Bobbie is jarig.
Ze heeft al een poosje
een wens met een staart…
Niet een hamster of kat.
Ook geen hond of een rat.
Nee, Bobbie weet: ik wil een paard.

Nu gaat het gebeuren,
ze krijgt haar cadeautje…
‘Om fijn op te rijden,’
zegt papa erbij.
Bobbie huppelt en springt,
doet een dansje en zingt.
‘O pap, mam! Een paard? Echt? Voor mij?’
Gideon Samson. Uit: Ik wil een paard. Tekeningen Milja Praagman. Gottmer, 2019.
Bovenstaande tekst lijkt heel alledaags, meisje wil een paard voor haar verjaardag, meisje krijgt een paard voor haar verjaardag.
Maar op de tekening springt Bobby níet op de rug van een paard.
Geestig spel met verwachtingen in dit boek. Peuters zullen zich verkneukelen over wat er allemaal kan met een cadeau en hoe Bobby uiteindelijk – natuurlijk – toch aan een paard komt. Prettige samenwerking tussen Zilveren Griffelwinnaar Gideon Samson en Zilveren Penseelwinnaar Milja Praagman.
Leeftijd: 2+

 

Vandaag wordt oma heel veel jaar.
Thomas heeft zijn cadeau al klaar.
Wat erin zit, is geheim.
Nu puzzelt hij op een verjaardagsrijm.

Hij oefent: ‘Hiep hiep hoera,
lang zal ze leven…’
Maar hé, wat ligt daar?
Wat gaan we nu beleven?

Wat rijmt er op stoep…?
Het is een tas vol…
SNOEP!
Het water loopt Thomas in de mond.
Maar o jee, wat doet die hond?
Harmen van Straaten. Uit: Wat rijmt er op stoep? Leopold, 2019.
Rijmend ritmisch verhaal over Thomas die onderweg is naar zijn jarige oma en onderweg van alles beleeft. Steeds als je denkt dat een schuttingwoord het enige mogelijke rijmwoord kan zijn, volgt er een onverwachte tekst.
Vrolijk, grappig taalspelverhaal waar kinderen met veel plezier hun eigen rijmwoorden aan toe zullen voegen en expressieve, kleurige tekeningen in de bekende Harmen van Straatenstijl.
Leeftijd: 2+

De zee
Het kan de zee niet schelen
of ik lach gehuld in zijde
of snik in een gescheurd rokje.

De zee
stroomt toe
en weer weg
blijft ademen
en razen
en bedaart weer
ondanks alles
wat ik de waterkant
toeschreeuw.

De zee luistert alleen naar zijn eigen stem
en niet naar het lawaai van degenen die hem
de wet willen voorschrijven.

Ik zou willen dat ik meer op de zee leek.
Sarah Crossan. Uit: Toffee. Kluitman, 2019.
Dit is de vierde verzenroman van deze Ierse, veelbekroonde schrijfster, en weer is het raak. In eenvoudige, korte teksten weet Crossan haar personages zo indringend tot leven te brengen dat ze heel dichtbij komen.
Allison, weggelopen van haar gewelddadige vader, zoekt beschutting in een, denkt ze, leegstaand huis. Dat huis is van de dementerende Marla die Allison aanziet voor haar jeugdvriendin Toffee. Allison weet niet waar ze anders heen moet en speelt het spel mee. Allengs komen de twee vrouwen dicht bij elkaar, zorgt Allison voor Marla. Maar Marla ook voor Allison.  Maar haar vader is op zoek naar Allison. En Marla vergeet steeds vaker wie ze is. Hoe redt Allison zich hier uit?
Het onderwerp lijkt niet meteen iets waarover een jongere zou willen lezen. Of een oudere. Toch neemt Crossan je mee in dit ontroerende verhaal, al is haar taal minder poëtisch dan in haar vorige boeken, het citaat hierboven is meteen het meest poëtische stukje van het hele boek. Of ligt het wellicht aan de vertaling, die hier en daar gortdroge teksten?
Leeftijd: 12+

Dode goudvis
Mijn goudvis lag vanmorgen naast zijn kom.
Hij zwom in rondjes plots het hoekje om.
Daar lag hij op de afgetrapte mat
met kieuwen happend in zijn eigen nat.
Zijn vinnen vinnig maaiend in het rond
alsof hij vliegen amusanter vond.
Toen schudde hij voor ’t laatst zijn schubbenjas
en…
Wist ik dat mijn goudv-is nu een goudv-was was.
Karin Jacobs. Uit: Bibbervlees. Bangelijke gedichten voor koelbloedige kinderen. Illustraties Harmen van Straaten. Davidsfonds/Infodok, 2019. 
Willen kinderen dat wel, gedichten lezen over Charlotje die tijdens het zwemmen in zee door een haai een been, een arm en een oog verliest?
Over een opa die zo hardhandig de haren van zijn kleinkind knipt dat dat kind bloedend en helemaal aan stukjes geknipt op de grond beland? Of over Adolf, de Duitse barbaar die in het circus met leeuwen vecht maar daarbij uiteindelijk smakelijk door diezelfde wordt opgegeten?
Ik betwijfel het. Gedichten om je te helpen nooit meer bang te zijn of nooit meer gepest te worden: graag.
Maar deze gedichten, in strakke rijmschema’s en traditionele versvormen, gaan verder dan dat: ze zijn soms ronduit smerig of grof, tot vloekend toe. Benieuwd welke doelgroep de uitgever met deze bundel op het oog heeft. De sfeerrijke tekeningen van Harmen van Straaten laten mooi zien wat er gebeurt, maar voegen weinig aan de teksten toe.
Leeftijd:?

 

Lievelingskleur
Wat is je lievelingskleur?
Nou?
Nou?
Nou?

Eh…misschien blauw.

Wat is misschienblauw voor soort blauw?

Mooie-stenenblauw?
Dooie-tenenblauw?
Staalblauw?
Vaalblauw?
Pracht-en-pronk-en-praalblauw?
Zon-nog-net-niet-opblauw?
Beurse-plek-geschoptblauw?

Blauweregenblauw?
Oude-tegelblauw?
Koublauw?
Grauwblauw?
Ik-hou-niet-meer-van-joublauw?
Middellandse-Zeeblauw?
Bosbessenpureeblauw?

Of haast-niet-meer-te-zienblauw?
Is dat misschien misschienblauw?

Nee, wacht.
Geel.
Ik kies toch maar geel.

Wat is tochmaargeel voor soort geel?
WEET IK VEEl?!
GEEL!

Joke van Leeuwen. Uit: Hee daar mijn twee voeten. Versjes. Querido, 2019.
Zodra het over gedichten gaat en het woord ‘versjes’ valt, is daar die twijfel of iets serieuze poëzie is.  Daarvoor hoef je in deze bundel niet bang te zijn, al staan er verschillende  ‘versjes’ in: luchtige, ritmische teksten op rijm.
Maar ook gedegener werk, hoewel altijd met een talige twist of knipoog, origineel op z’n Joke van Leeuwens. Sommige teksten blijven hangen in taalgrap of anekdote, hier en daar is het soortelijk gewicht van een tekst (te) laag, maar van Leeuwen experimenteert fijn met teksten, tekeningen, uitroepen en vormgeving en is op haar best in wonderlijke gedichten als  ‘Tegen een dode mug (die dit levend niet kon verstaan)’ .
Leeftijd: 9+

Als jullie dit lezen, zijn mijn aantekeningen dus gevonden.
Ik laat ze hier veilig bij mijn kamp achter, met een paar andere dingen die ik niet mee kan nemen. In deze aantekeningen staat wat ik in mijn leven heb ontdekt, en dat geef ik nu aan jullie.
Hierin kunnen jullie alles vinden – van hoe je een schuilplek kunt maken, tot hoe je een vlot moet bouwen en wildkampeert – maar ook een paar van mijn eigen avonturen.
Lees alles goed. Je zult het nodig hebben als je zelf ooit ook op ontdekkingsreis gaat.
ONTHOUD: wees een goed mens, beleef avonturen…
en let op je ouders.
Ik zal altijd aan jullie denken,
De Onbekende Ontdekkingsreiziger (tekst en illustraties). Uit: Het geheime boek van de ontdekkingsreiziger (auteur onbekend…) Een survivalhandboek. Een reisverslag. Een goudmijn aan informatie! Samensteller Teddy Keen. Lemniscaat, 2019.
Zo vang je een vis
Ontwerp een boshut voor de nacht
Nacht in een sneeuwhol
Poepen in het wild
Noodmaaltijden
Iemand vindt tijdens een trektocht met zijn vrienden in een uithoek van de Amazone in een verlaten hut een verroest, metalen kistje. Er zitten plastic zakken met aantekeningenboeken, dagboeken en schetsboeken in, prachtig bewaard. Ze bevatten de avonturen en een stroom aan feiten, weetjes en handige tekeningen en schetsen over het overleven in de vrije natuur. Bijv. over de onderwerpen hierboven, maar ook simpelweg over hoe je een survivalkit samenstelt of hoe je moet wildkamperen of een tent opzet.
Voor kinderen in uitgestrekte gebieden met nog wilde natuur, als Australië, de Verenigde Staten of Zuid-Amerika, is het vast heel handig te weten hoe en waar je goud vindt en hoe je een kaaiman vangt en roostert,  maar ook voor Nederlandse kinderen valt uit dit boek genoeg te leren.
Wist je bijvoorbeeld dat je bij honger prima de maden uit een dood everzwijn kunt eten? Van takken kun je een tandenborstel maken, en van een broek een rugzak. Een goede kampeerplek maak je door de grond waarop je slaapt zo gelijk mogelijk te maken en steentjes en stokken weg te halen en met stiekem wildkamperen is het handig om jezelf te camoufleren met varens en een stuk rood plastic voor je zaklamp te plakken zodat je niet zichtbaar bent voor anderen.
Kortom, avontuurlijke kinderen die er graag op uit trekken kunnen een hoop lol beleven met dit boek. Onmisbaar gewoon.
Leeftijd: 8+

Wat je moet doen
als je een andere taal wilt leren
Ik spreek een beetje Noors.
Maar roep nou niet: ‘Wat knap!’
want ik leer het jou hier ook –
in een stap
of vier.
Veel plezier.

Stap één:
de woorden van de Noren
wijken over het algemeen
maar weinig af
van die uit onze taal.
Zo klinken bijvoorbeeld hun v’s allemaal
als onze w.
Dus: vil is ‘wil’.
Piepklein verschil.
En bij en (dat is ons lidwoord ‘een’)
scheelt het één letter e.
Of: med.
Dat betekent ‘met’,
en je spreekt het uit als ‘mee’.
Zie je?
zelfde idee.

Stap twee:
IK
Ja, dat is even schrikken,
want het Noorse woord voor ‘ik’ is ‘jij’.
Wat? Echt waar?
Ja, het lijkt raar,
maar het is zoals ik het zeg.
Al schrijf je het anders,
je schrijft het als jeg.
Maar je spreekt het dus uit als ‘jij’.
Zoals jeg al zei.

Stap drie.
Nu begint de idioterie.
Het Noorse woord voor ‘praten’
is snakke.
Dat klinkt een beetje als smakken,
maar vergeet dat.
Praten = snakke.
Weet dat.

Stap vier.
Even denken, op welke manier
leg ik dit nu weer uit?
We gaan het  hebben over groente & fruit:
over een slangeaugurk
om precies te wezen.
Dit Noorse woord
laat zich in twee delen lezen:
augurk = augurk
en slange is slang,
en nu snap je misschien allang
dat het hier om komkommer gaat.
Je hoeft het alleen maar voor je te zien:
een augurkje in megaformaat.

Mooi toch?
En als je al deze stappen combineert
heb jij een vreemde taal geleerd.
roep het vandaag nog
in Oslo door de straten:
Jeg vil snakke med en slangeaugurk!
Jeg vil snakke med en slangeaugurk!
En de Noren krijgen dan vanzelf in de gaten
dat jij supergraag
met een komkommer wilt praten.
Edward van de Vendel. Uit: Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt. Poëzie waar je wat aan hebt. Tekeningen Martijn van der Linden. Querido, 2019.
Wat moet je doen als er iemand dood is gegaan die je niet zo goed kent? Of als je je verveelt of juist superblij bent?  Verliefd bent op een jongen? Of op een meisje? Van eenhoorns houdt?
De antwoorden die Edward van de Vendel in deze bundel op deze en andere dringende vragen geeft zullen je verbazen. Ze toveren zonder twijfel ook een brede glimlach op je gezicht, want de gedichten in deze bundel zijn behalve, zoals vrijwel al van de Vendels poëzie, verrassend, fantasierijk en prettig ritmisch, ook erg grappig.
Ze zijn ook erg leuk voor kinderen die niet van lezen houden maar wel van lachen en vrolijke, niet te moeilijke teksten. De tekeningen van Martijn van  der Linden zijn adembenemend goed, vertellen  bij elk gedicht een eigen verhaal, steeds in een andere sfeer en met verschillende materialen gemaakt.
De gedichten zijn ook erg leuk voor technische kinderen. Ga maar na, in het gedicht Wat je moet doen als je van auto’s houdt (en je vader niet) legt een kind zijn vader uit waar een bougie en zuigers en cilinders voor zijn: ‘Pap,’ zeg jij, ‘stap drie! De bougie!/Die heb je nodig voor de echte energie’.
Leeftijd:  7+

De bezige bij
Hoe verfraait de bezige bij
Elk uur vol zon,
En verzamelt honing de hele dag
Uit elke open blom!

Hoe behendig bouwt ze haar cel!
Hoe mooi voorziet ze die van was!
En werkt ze hard aan een voorraad
van het zoete voedsel dat ze maakt.
Isaac Watts (1674-1748).
[…]
Dag, bijtjes!
Ongeveer tweehonderd miljoen jaar geleden waren er geen bloemen of bijen. Grote, sterke, plantenetende dinosaurussen zwierven over de aarde en aten grote, taaie planten.
Het duurde miljoenen jaren voordat de planten kleine, bleke bloemen begonnen te produceren. Kevers en vliegen gingen op bezoek bij de bloemen en aten hun lekkere stuifmeelkorrels.
Andrea Quigley & Pau Morgan. Uit: Wondere wereld. Bijen. Klavertje vier.  (Ballon Media), 2019.
Zo begint dit handzame, informatieve en kleurrijke boek voor kinderen over bijen en hommels.
Over hun ontstaan, over wat ze eten, hoe bijzonder ze eruit zien, hoe ze dansen, hoe het leven in een bijenkorf er uitziet en over alle verschillende bijensoorten die er bestaan. En ook over hoe je zelf een zandbijenhol of bijennest kunt bouwen om bijen te helpen. Of, hoe leuk is dat, hoe je een bijendans kunt doen.
Geweldig boek om kinderen op een speelse manier kennis te laten maken met deze bijzondere en onmisbare diertjes.
Leeftijd 6+

 

Huismus
De passer domesticus domesticus
in zijn schitterkleed van bruin,
is een kleine ode aan de normaliteit
en de levenslust. Beperkt zich

tot getjilp, want tjilpen genoeg.
Wie heeft meer kleuren nodig,
wie misleidende, hartverscheurende
woorden? Wie wil elders wonen?

Het vale ochtendlicht tilt zich uit
boven de nesteldrang en de daken.
Het gescharrel! De wulpsheid!
Kijkt naar ons, de mus, en grinnikt.
Mark Boog. Uit: Mussenlust de huismus in 50 gedichten en 150 tekeningen van Peter Vos. Samenstelling Peter Müller. Uitgeverij Müller, 2018.
Sommige boeken verdienen een lang en vruchtbaar leven. En veel lezers.
Mussenlust is zo’n boek.
Gelukkig makende gedichten over ons aller tjilplieveling de huismus met ontroerende tekeningen van ons nationale straatschoffie door Peter de Vos.
Verheugend genoeg is er nu de tweede druk, voor al die lezers die de eerste keer te laat waren. Hup, naar de winkel!

Jij bent de allerleukste
Er komen op de wereld
steeds nieuwe mensen bij
maar niemand is zo schattig
en zo lief en leuk als jij

Je bent de allerleukste
van de kindjes die ik ken
en ik wil je graag vertellen
hoe blij ik met je ben

Er komen op de wereld
steeds weer nieuwe mensen bij
maar de aller, allerliefste
lief klein kindje…dat ben jij!
Marianne Busser en Ron Schröder. Illustraties Sam Loman. Van Holkema & Warendorf.
De, hier beschreven, roze wolk kent iedereen die wel eens een nieuwe baby in haar of zijn leven heeft toegelaten. Lievige, rijmende versjes en zachte tekeningen voor mensen die even in die wolk willen blijven zweven.
Leeftijd 0+