Ik ben Pietje, Pietje Bell.
Ik help graag mensen in de knel.

Mijn vrienden Peentje, Engel,Sproet en ik,
we kennen alle hoekjes van de stad.
We rennen, ruziën en sjouwen.
We staan als kiene kauwen altijd overal vooraan.

Ik ben Pietje, Pietje Bell.
Ik hou wel van een geintje.

Vanmorgen in de klas
de staarten van twee meisjes vastgeknoopt
toen meester stond te praten.
Niks in de gaten!

Soms gaat het mis. Die kraan vergeten
dat was pech.
Top dat er brandweer is.
Pompte al het water weg.

Ik ben Pietje, Pietje Bell.
Mijn zus kan mij wel schieten.

Ik bedoel het altijd goed
maar zij was echt niet blij
met die mooie rooie verfvlek
in haar nieuwe jurk van zij.

Toch ben ik liever mij
dan die zeurpiet van hiernaast.
Gehoorzaam, altijd braaf,
maar geen plezier, nooit vertier.

Ik ben Pietje, Pietje Bell.
Ik help graag mensen in de knel.
Ik hou wel van een geintje.
Diet Groothuis. Uit: BoekieBoekie, nr. 94, jaargang 23, zomer 2014. 

Ik word geleefd. Ik word gestorven.
Ik was driemaal tweebladig, en afgegraasd,
maar tenslotte vertwijgd en vermenigvuldigd,
scherpdoornig, verhout, benest en opgeschoten
uit aardezout om zonnesuiker. Ik word binnenin bezongen
door lijsters die geen kijkend huid-ding hoeven vrezen.
Ik kreeg de jaren bebloemd, bevinkt,  mier-beklommen,
in nu eens minder bessen, dan weer wijd uitlopend
boven een krans van smeuïge stralen mest.
Van water de krukas, de koppeling van gas,
is mijn vee-gesnoerde gestalte een brede kroon, ontsproten
boven het hongerbui-instinct dat alles herschept
tot prairie. Op mijn stekels prikt de klauwier
de cariës van muizen en bedorven hagedissen.
Bladdiep daaronder worden zaadschreeuwkeeltjes gevuld.
In mij, berankt, vermenigvuldigd, wordt geleefd en gestorven.
Les Murray. Uit: De slabonenpreek. Samenstelling en vertaling uit het Engels Maarten Elzinga. Meulenhoff, 1997.

Aan mijn been
hangt een voet
en in mijn arm
stroomt er bloed.

In mijn buik
knort een maag
en in mijn hoofd
ronkt een vraag:

een hart, een kont,
een neus, een mond
(die af en toe eens lacht),
wie heeft dat toch
zo knap bedacht?
Geert de Kockere. Uit: Samen over een muurtje. 101 gedichten van Geert de Kockere. De Eenhoorn, 2014.

V
schreef juf op het bord. Een verre,
sierlijke, eenzame V. Nog voor ze
iets gevraagd had, gingen er
vingers in de lucht. Ze draaide zich
om op haar hak. Haar jurk waaide op.
Tevreden keek ze ons aan. Al die vingers.
We waren een flinke klas.

Eén
van de vingers was van Brenda,
het dommetje van de klas. ‘Maar wel lief.’
Lezen was moeilijk voor haar.
En rekenen. En zwijgen. Maar ze kon
verdraaid goed tekenen. ‘Zeg het maar,
Brenda,’ zei juf. ‘Zeg maar wat het is.’
‘Een vogel,’ zei Brenda.

“Nee,’
zei juf, ‘tekenen komt straks, Brenda.
Nu lezen we.’ En toen iemand zei
dat het een ve was, knikte ze: ‘Goed!
De ve van van en de ve van voet en..’
En weer gingen er vingers de lucht in.
En weer was Brenda erbij. ‘Ja, Brenda?’
‘…de ve van vogel,’ zei Brenda.
Willy Van Doorselaer. Uit: Ik zoek een woord. 167 gedichten over taal om van A tot Z te verslinden. Gekozen door Hans & Monique Hagen. Querido, 2013/Dit is het bos, verdwaal hier maar. Houtekiet, 1994. 

5 juni
Kattebelletje
ik zal voor je
luisteren


ik zal
alle klanken
van de wereld 
horen


alle 
heerlijke
onzegbare
zegbare
klanken


al het
ronken
en
zoemen
en alle
tingeltangel-
klanken


ik zal
alle klanken
van de 
wereld
horen


en ik zal ze opschrijven
zodat
jij
ze ook
kunt horen.

18 oktober
Soms vraag ik me af:
Als je niet kunt horen,
wat gebeurt er dan als je
snor snor snor
of gorgelen
of krom krijtje
leest?

Kun je op de een of andere manier
het gesnorsnorsnor
of gegorgel
of kromme krijtjes
voelen?

Voel je de geluiden
in plaats van ze
te horen?
Sharon Creech. Uit: Haat die kat. Vertaling uit het Engels: Michèle Bernard. Hoogland & Van Klaveren, 2009. 
Fascinerend vervolg op Hou van die hond, waarin Jack met hulp van juf Stretchberry de schoonheid van poëzie ontdekt en zich ontpopt tot dichter. 

I Know Why The Caged Bird Sings
The free bird leaps
on the back of the wind
and floats downstream
till the current ends
and dips his wings
in the orange sun rays
and dares to claim the sky.

But a bird that stalks
down his narrow cage
can seldom see through
his bars of rage
his wings are clipped and
his feet are tied
so he opens his throat to sing.

The caged bird sings
with fearful trill
of the things unknown
but longed for still
and his tune is heard
on the distant hill for the caged bird
sings of freedom

The free bird thinks of another breeze
and the trade winds soft through the sighing trees
and the fat worms waiting on a dawn-bright lawn
and he names the sky his own.

But a caged bird stands on the grave of dreams
his shadow shouts on a nightmare scream
his wings are clipped and his feet are tied
so he opens his throat to sing

The caged bird sings
with a fearful trill
of things unknown
but longed for still
and his tune is heard
on the distant hill
for the caged bird
sings of freedom.

Maya Angelou. Uit: The Complete Collected Poems by Maya Angelou. Random House, 1994.
Leven en werk Maya Angelou

adelaar
vliegt dit jaar
even naar de evenaar
dan weer terug
op zijn rug
maar dat gaat wat minder vlug

hondje waf
vraagt zich af
wat betekent mijn geblaf?
een verhaal
in mijn taal
wordt gewoon een hoop kabaal
Eenvoudige peuter- en kleuterrijmen, te zingen op de bekende melodie van ‘poesje mauw’. 
Uit: Poesje mauw, wat doe je nou? Nanna Adams en Tijn Snoodijk. De Eenhoorn, 2014.
Leeftijd: 1+

Hartje zomer, heerlijk weer.
Nul in bad.

Plons!
Eentje meer.

Eén in bad. Daar gaat ‘ie weer:
Grote plons. Nog eentje meer.

Twee zijn boos en gaan tekeer.
Aan de kant! Weer eentje meer.

Drie in bad? Dat lukt niet meer.
Ik wou ook nog!
Eentje meer.
Yvonne Hergane. Uit: Eentje meer. Illustraties Christiane Pieper. Vertaling Bette Westera. Gottmer, 2014.
Hoe moet dit aflopen? Grappig telboekje met teksten op rijm, stripachtige vrolijke tekeningen en steeds meer jongetjes. 
Leeftijd: 2+

Het is vandaag heel officieel
de dag van gele dingen.

Het startsignaal was
gisteren op het jeugdjournaal.

Met schuiftrompetten, vlindernetten,
zonnebloem en bijgezoem.

Trompetvissen, natuurlijk narcissen,
veel jonge eendjes, een kanariepiet.

De volle maan, een gele appel,
een banaan en brood met omelet.

Ik wil vanavond friet
met mayonaise en kroket.

Diet Groothuis. Uit: Waar ik ben. Ill. Merel Eyckerman. De Eenhoorn, 2012.
Vandaag kreeg ik voor dit gedicht tijdens een feestelijke bijeenkomst in Antwerpen een Poëziester van de Belgische kinderjury. Het gedicht wordt op een prachtig door Pieter Van Eenoge vormgegeven poster naar alle Vlaamse basisscholen gestuurd. 
Edward van de Vendel kreeg de allereerste Gouden Poëziemedaille voor zijn bundel Ik juich voor jou, eerder door mij  besproken op dit blog. Van een van de gedichten uit deze bundel is een lied en een clip gemaakt, zie hier.
Ted van Lieshout en Erik van Os kregen ook een Poëziester voor hun gedichten ‘Joris Jan Bas’ en ‘Bakker’.
Het verslag van het Poëziecentrum Gent lees je hier.
Hier het verslag van Ted van Lieshout, en hier het blog van Edward van de Vendel over de nieuwe poëzieprijzen. 

Samen is een kort woord,
maar je komt er ver mee.
Verder dan met helemaalalleen,
ook al is dat veel langer.

Helemaalalleen
is een laddertje tegen de muur.
Je hóórt het: helemaalalleen.
En je denkt: ik kom er wel.
Maar je komt er niet.

Samen, je hoort het ook, veert.
Als een trampoline.
Je springt er makkelijk mee
óver het muurtje,
soms tot in de wolken.
Geert de Kockere. Uit: Samen over een muurtje. 101 gedichten van Geert de Kockere. Bundel naar aanleiding van 25 jaar dichterschap. Met 25 illustratoren die met de auteur hebben samengewerkt. De Eenhoorn, 2014.