Joepie Joepie is gekomen,
heeft mijn meisje weggehaald.
Maar ik zal er niet om treuren,
gauw een ander weer gehaald.

Trala lalalala.
Trala lalalala.
Trala lalalala.
Trala lalalala.
Het ziet er wat flauw uit, zo. Maar met de bijbehorende grote fleurige plaat van een stel dansende kinderen lijkt het meteen heel anders. Opwindend leuk zelfs. In dit boek – mét bijbehorende cd – kinderliedjes van vroeger, die je met je kind kunt zingen, dansen en spelen. Leeftijd: 2+. 
Uit: Joepie Joepie. Marijke ten Cate. Lemniscaat, 2013. Prijs t/m 31 oktober 2013 E 7,50, daarna E 14,95.

Een krokodil kan echt huilen, maar niet van verdriet.
Een ijsbeer is linkshandig, net als de meeste kunstenaars.
Hoe dapper een gorilla er ook uitziet, zwemmen durft hij niet.
Bij zeepaardjes krijgen niet de vrouwtjes maar de mannetjes baby’s.
Een panda heeft andere kleuren dan je zou denken: onder zijn witte vacht is de huid zwart en onder zijn zwarte vacht is de huid roze.
De botjes in de pootjes van een vleermuis zijn zo dun dat hij er niet op kan staan.
Een schorpioen heeft minstens zes en soms wel twaalf ogen. Toch kan hij niet goed zien.
Een mannetjeskomodovaraan heeft twee penissen.
Een hongerige wolf kan in één keer twintig kilo vlees eten.
Een krekel hoort met zijn knieën.
enzovoort.
Marije Tolman met woorden van Jesse Goossens. Uit: Springende penguins en lachende hyena’s. Lemniscaat, 2013.
Uitgeverij Lemniscaat viert dit jaar haar vijftigjarig bestaan met een prentenboek der prentenboeken.
Marije Tolman weet de feitjes en weetjes naast de tekst te verheffen tot pure poëzie door haar geweldige platen boordevol grappige details. Soms groot en impressionistisch, soms klein en verfijnd, ze heeft de beschikking over een breed palet en dat werkt fantastisch. 
Elk dier krijgt bij haar een eigen karakter en gezicht, best knap als je bedenkt dat ze soms dertig olifanten op elkaar stapelt. 

Dat krekels met hun knieën horen zien we verbeeld in een hilarisch concert met krekels rondom een harpspelende andere krekel.  
De linkshandige ijsbeer, mijn favoriet, schildert een bont zelfportret. De bange gorilla loopt vergeefs rond met zwemband, handdoek en badeendje.
Heerlijk, lekker dik prentenboek om eindeloos te bekijken en opnieuw te bekijken. 
En om vaak hardop in de lach te schieten. 
Helemaal geen kritiek? Dit dan: sommige details van de tekeningen vallen weg in de vouw van de pagina. 
De teksten zijn erg droog, kan iemand Marije Tolman eens aan Toon Tellegen of Bibi Dumon Tak koppelen? 

Ik kijk naar links, ik kijk naar rechts,
mijn wangen krijgen blosjes.
Ik gluur over mijn schouder heen,
tuur ook nog in de bosjes.
Niemand te zien, niemand op straat,
super prima voor mijn plan.
Voorzichtig leg ik woorden neer,
hoop er nu het beste van.
Ik kijk naar links, ik kijk naar rechts,
wervel als de wind vlug weg.
Verstop mij, houd mijn adem in,
loer behoedzaam door de heg.
Ik hoor een stap, ik hoor een stem,
ik kijk vanuit mijn hoekje.
Hoera! daar bukt al iemand zich,
hij raapt en vindt … een boekje.
J. Baas-Hazenbosch. Ongepubliceerd.
Het is vandaag Nationale Kinderzwerfboekdag. Dus wil iedereen vandaag alsjeblieft een kinderboek laten zwerven? 
Er zijn al heel veel kinderzwerfboeken. In ieder geval zijn er minstens 33.333 officieel aangemeld op de website van Kinderzwerfboek, maar er kunnen er nog veel meer bij. 
Als je mee wilt doen, kun je stickers aanvragen bij Kinderzwerfboek
Ambassadeur worden om in je eigen regio kinderzwerfboeken meer bekendheid te geven? Geef je vlug op. 

Ik zing een verhaal dat nog nooit is verteld,
over Billy de Kip, mijn vriend en mijn held.
Al is Billy klein en pas net uit het ei,
toch is er geen cowboy zo dapper als hij!

Hij is met zijn zusjes gevlucht uit het bos,
waar pa en moe kip zijn gepakt door een vos.
Ze jakkerden over de prairie tot KRAK!
er zomaar een wiel van hun huifkar afbrak!

Ze kunnen niet verder en straks wordt het nacht.
Uit angst voor de vos, houdt Billy de wacht.
De zusjes kip liggen en luieren maar,
zij gaan gewoon eten en zien geen gevaar.

Zo snel als de bliksem bouwt Billy een hek.
Zijn zusjes die giechelen: ‘Billy is gek!
Ben je soms kippig? Niet goed bij je tok?
Een kip in het wild heeft toch niks aan een hok?’
Marcel van Driel, Jeroen Schippern en Jort van der Jagt. Uit: Billy de Kip. David & Goliat, 2013. Leeftijd 3-8. 
Vrolijk, absoluut niet lievig, prentenboek over de oorlog tussen cowboy Billy de kip en zijn zussen en de vos. Pa en moe weg, er verdwijnen nog een stuk of wat zussen en dan wordt het menens. Kip en vos vechten elkaar de tent uit met een hek, een vuist op een veer, een oorlogsmachine en vechtende robots . De tekst loopt als een tierelier, de stoere tekeningen zijn prachtig gemaakt. En het loopt nog goed af ook. Jammer dat alleen de mannen stoer zijn en de vrouwen dom en hulpbehoevend. 

Dat is sport
Een paar seconden voor de race.
Je hebt fans. Ze worden hees.

Ze verwachten een sensatie.
Ademhalen. Concentratie.

En dan opeens verstomt hun lied.
Wat er gebeurt, begrijp je niet.

Je sluit ze af. Je gumt ze uit.
De wind steekt op binnen je huid.

Je wordt een suizende orkaan
en het schijnt dat je gaat staan,

dat je verandert in een vorm,
die gehoorzaamt aan een storm.

Die jou laat doen wat je moet doen.
Je springt. Daar ga je. Kampioen.

En terwijl je toegejubeld wordt
denk je: wég zijn – dat is sport.

Je bent getraind en voorbereid,
maar pas als je precies op tijd

afwezig bent, en leeg, en stil,
doet je lichaam wat je wil.

Word je mee op reis genomen.
Dat is sport. De mooiste dromen

worden aan je toegekend
terwijl jij ergens anders bent.
Edward van de Vendel. Uit: Ik juich voor jou. Ill. Wolf Erlbruch. Querido, 2013.
Vandaag begint in Nederland de kinderboekenweek met als thema: Klaar voor de start. Sport en spel. 
Dit gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.

Zwouten
Ik heb het heet
ik zweet
en jij?

ik niet
ik heb het koud
ik zwout

zwout?
zwout is fout
het is
ik ril of ik bibber
of ik heb het koud
maar niet
ik zwout
zwout is fout

ik zwout
moet ik toch weten
ik zeur toch ook niet
over jouw zweten.
Erik van Os. Uit: Ik zoek een woord. 167 gedichten over taal om van A tot Z te verslinden. Gekozen door Hans en Monique Hagen. Illustraties Deborah van der Schaaf. Querido, 2013.
Het is alweer een tijd geleden dat Querido, naast de Poëziespektakels natuurlijk, een thematische verzamelbundel met (jeugd)gedichten uitbracht. De laatste was ‘Fluit zoals je bent’ in 2009, samengesteld door Edward van de Vendel. Nu is er ‘Ik zoek een woord, 167 gedichten over taal om van A tot Z te verslinden’. Vier jaar lang bekeken Hans en Monique Hagen 1400 dichtbundels en verzamelden de gedichten die over taal gaan. “Eigenlijk vinden we het jammer dat dit boek nu klaar is. Want het is een feest om zo veel poëzie te ‘moeten’  lezen” schrijven ze achter in het boek.
Het is ook een feest om het boek te lezen, er staan veel verrassende dingen in. Natuurlijk de bekendere gedichten in dit genre, zoals ‘Oote’ van Jan Hanlo, ‘Blijfe sitte’ van Joke van Leeuwen en ‘Liefste’ van Hans en Monique Hagen zelf. Maar ook het ‘Poep- en piesmenuet’ van Hans Dorrestijn, ‘Letters, ga door met vallen’ van Pablo Neruda, gedichten van Tjitske Jansen, Toon Hermans, Lévi Weemoedt, John O’Mill en ga zo maar door. Veel vrolijke verrassingen dus, en de, soms bijna grafische, tekeningen van Deborah van der Schaaf voegen echt iets toe. Jammer dat er wat goedkoop papier is gebruikt. Een fijn gebonden boek dat lang mee kan.   
Bovenstaand gedicht is gebruikt met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.  

‘Ik heb jeuk, meneer. En ik krijg een lamme arm.’
‘Nog even.’
‘De was moet van het bleekveld af.’
‘De kunst gaat voor de was.’
‘Voor u, meneer, niet voor mij. Ik krijg een stijve nek ook.’
…Tanneke wipt van het ene been op het andere. ‘Ooo… hoe overleef ik zo lang stilstaan?’
Francine Oomen, bij Het melkmeisje van Vermeer. Uit: Het Grote Rijksmuseum Voorleesboek. Rubinstein, 2013.
Bij een nieuw museum hoort een nieuw boek voor kinderen. In het grote Rijksmuseum voorleesboek hebben Nederlandse kinderboekenschrijvers hun fantasie de vrije loop gelaten. 
Er zijn verhalen bij Rembrands Nachtwacht, Isaac Israels Ezeltje rijden langs het strand, Jan Steens Vrolijke huisgezin en Jan Asselijns De bedreigde zwaan.
Joke van Leeuwen, Bibi Dumon Tak, Ted van Lieshout, Edward van de Vendel, Imme Dros, Hans Hagen: de keurtroepen van de Nederlandse jeugdliteratuur geven ons een ander kijkje op schilderijen die we al te vaak hebben gezien, de meeste 17e-eeuws. Daardoor kijk je opnieuw en scherper, dat is leuk. 
In een deel van de verhalen wekken de schrijvers de personages op het schilderij tot leven, in andere zien we het doek vanuit de ogen van latere generaties. 
Mijn persoonlijke favoriet is ‘Toch vind ik kleine beestjes lief’ van Daan Remmerts de Vries bij het schilderij De traankokerij van de Amsterdamse Kamer der Groenlandse Compagnie op Amsterdam Eiland bij Spitsbergen, van Cornelis de Man. 
Remmerts de Vries zet zachtzinnig, maar daarom des te scherper, dier en mens tegenover elkaar.
Het zou leuk zijn om te weten of de gekozen schilderijen door de schrijvers zelf zijn uitgekozen of dat ze simpelweg zijn toegewezen. 
Charlotte Dematons, bekend van ‘Sinterklaas’ en ‘Nederland’, tekende het omslag van het boek zoals we van haar gewend zijn, met veel grappige details. 

Lievelingssteen

it’s
always ourselves we find in the sea

e.e. cummings
Toen was ik nog jong en bezonnen en de zon scheen overal op en hij liet mij
alles zien. Kijk, zei hij, dit is dit, dat is dat. Op het dak blink ik, een
haan bezorg ik een vuurrood spookoog. Langs de weg groeiden toen brandnetels,
braambossen, dwaalkruid. In het dorre gras bij de kromme boom lag rot sponzig
fruit met de geur van zure cider en het venijnige gezoem van zwartgeel
gestreepte wespen. Stof wolkte op, dorre bladeren maakten een rondedansje. De
wind deed toen, lang geleden god na en de wolken bootsten alles na en werden
daarom door de boze wind gestraft. De regen, hard begonnen, zocht uiteindelijk
zoetjes de goot. Het water maakte van die gevoelige en droevige geluidjes en de
regenboog stond wel drieduizend meter hoog, boven de zee. Bij de slordige
vloedlijn een stuk hout met letters, geheimtaal, een vloek.
Dat moest terug vanwaar het kwam. Alles moest terug, de golven in, de plank, de
arme, vierarmige zeester, de vieze vis, de werkschoen vol zand.
Ze begonnen met duidelijke tegenzin aan een onduidelijke tocht. Mocht alleen
met mij mee een zwarte steen, koud en nat en rond, hij vulde precies mijn hand.
Wim Hofman. Uit: ‘Op zekere dag ziet u plotsklaps de ware liefde’, Querido, 2009.

Afgelopen donderdag, 19 september, heeft dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Wim Hofman in het Letterkundig Museum Den Haag de Max Velthuijs-prijs 2013 ontvangen, de driejaarlijkse oeuvreprijs voor illustratoren. Eerdere winnaars waren Thé Tjongh-King en Mance Post. Aan de prijs is E 60.000,- verbonden. Bovenstaand gedicht is geplaatst met toestemming vooraf van uitgeverij Querido.
Als grote talenten samenwerken krijg je de mooiste dingen. Dit boek bijvoorbeeld. Wereldster Janis Ian schreef en zingt de tekst, de tekeningen zijn van beroemd tekenaarsduo Ingrid en Dieter Schubert.
There was a tiny mouse
who lived in a tiny house
full of drafts and doubts, and incredible things
like a jack-in-the-box who popped
every Sunday at five o’clock
and a clown who wore a frown that was deafening
He ate off a silver spoon
in a golden room
but platinum plates and diamond goblets weren’t enough
“I am bored,” said he
“I think I will go to sea
“where I’ll be drinking grog and sniffing occasional snuff”
So he stowed away
that very day
but the motion of the ocean made him sick
He went looking for a loo,
but the best that he could do
was the bathroom of the captain of the ship
Oh, the bathroom of the captain of the ship
There was a small still life
of the captains wife
and what he saw there nearly brought the mouse to tears
A calico coat and head
and the inscription read
“To the captain of my heart, from Kitty Dear”
The mouse began to cry
“Oh what a fool am I
“to come so far and then be served up on a plate
“What an awful meal I’ll be!
“Most of all, to me!!
“So it’s overboard I’ll go and make my escape”
He caught a flounder for a sail
Made rudder of his tail
and he swam as hard as he could swim for land
where he dried his whiskers off
and coughed and coughed and coughed
and spat out seven oysters and a clam
Oh, he spat out seven oysters and a clam
He married a mouseketeer
Had children who loved to hear
about the adventures of the tiny stowaway
but it made their noses itch
and their whiskers twitch
to think how close he’d come to being the soup of the day
The moral of the tale
is think before you sail
and always keep your paws and whiskers neat
and if you’re dining on a ship
just be sure the room’s well lit
so you know what’s in the bowl before you eat
Always know what’s in the bowl before you eat!
Janis Ian. Tekeningen Ingrid en Dieter Schubert. 
Het goede nieuws voor Nederlandse kinderen: Tiny Mouse woont momenteel in Nederland. Er is dus een Nederlandse versie van het lied, gemaakt door Erik van Os en Elle van Lieshout:
Hier in dit gekke huis,
woonde een kleine muis.
En die muis dat was
een wonderlijk beest.
In zijn machtige muizenkop
kwamen wilde ideeën op.
En zo maakte hij van iedere dag een feest.
Maar op een dag in maart
roerde hij zijn staart.
Hoewel hij het goed had thuis, verveelde hij zich dood.
Ik moet hier weg!’ riep hij.
”t Is hier te saai voor mij.
Ik wil het leven van een zeeman! Ik neem de boot.’
Stuntend aan een koord, ging de held aan boord
maar hij voelde zich op zee niet al te fijn.
Hij ging op zoek naar de wc
maar verdraaid, dat viel niet mee.
Nee, hier moest die kleine muis toch echt niet zijn…
Neeeee! Niet in de kamer van de kapitein!
O nee, dat schilderij!
Wat een ramp voor mij.
Hij keek geschrokken naar de kapitein zijn schat.
Er lagen muisjes voor.
Ja, toen had hij het door.
Oei, de kapitein, ai ai, was dus een kat!
Ik eindig als ontbijt,
dacht de muis vol spijt,
of ik zit straks in de soep of de puree.
Het idee al maakt me gek.
Weg hier, ik vertrek!
Dus ik ren, ik vlieg, ik spring, ik duik in de zee.
Hij ving een bot en zeilde stoer,
zijn staartje als het roer,
weg van zijn verschrikkelijke lot.
Later spoelde hij aan land,
spuugde bergen zout en zand,
grote golven water en tot slot
zeven oesters en een mossel en wat snot.
Hij trouwde een muisketier,
een aardig en potig dier.
Ze kregen dertig muisjes in een mum van tijd.
Die hoorden verhalen aan
voor het slapengaan,
hoe papa slim en dapper standhield in de strijd.
En steeds zei mama muis:
‘Kleintjes, blijf toch thuis.
Maar als je ooit op reis gaat, denk dan na.
Of je eindigt als puree,
op een stokje als saté
of platgeperst als sausje voor de sla.
Neem een voorbeeld aan je slimme, stoere pa.
Erik van Os en Elle van Lieshout. Lemniscaat, 2013. Hier de MP3 van de Nederlandse versie

De dichter in zijn huisje,
natuurlijk bij de zee,
hij spaarde mooie woorden
die hij in een doosje deed.

Het doosje raakte vol
en de dichter raakte leeg.
Hij deed het doosje open,
de dichter voortaan zweeg.

Want de woorden kregen vleugels
en ze vlogen er vandoor.
Ze vlogen in een mooie V
op zoek naar een gehoor.

In de takken van een treurwilg
of in een veld vol graan,
kun je, als je stil bent,
de woorden soms verstaan.

Ze zingen van de dichter
in zijn huisje aan de zee.
Hij spaarde mooie woorden
die hij in een doosje deed.
Schrijver en dichter Koos Meinderts viert deze maand zijn dertigjarig jubileum als schrijver. 30!, proficiat!
Iedereen mag meegenieten: al zijn mooie boeken zijn in de maand september met stevige korting te koop. In de boekhandel krijg je bovendien – gratis –  zijn boekje “En de woorden kregen vleugels”. 
Vergeet trouwens ook niet de theatervoorstelling bij zijn boek “Meneer Hoedjes vangt een vis” die gisteren in het Kinderboekenmuseum in Den Haag in première ging: website Koos Meinderts en website Lemniscaat
Koos Meinderts. Uit: Verdriet is drie sokken. Illustraties Annette Fienieg. Lemniscaat,  2008.